Posts Tagged ontwikkelingssamenwerking

God, angst, planning en meer van die obstakels…..

Het plan was simpel; trainingsprogramma ontwikkelen, duidelijk omschrijven in een manual en lokale trainers opleiden om het programma aan te bieden.  Het gaat om een training in leiderschap en projectmanagement voor jongeren in Argentinië en overal waar we komen horen we dat daar enorme behoefte aan is, dus dat moest niet al te moeilijk zijn leek me.

Inmiddels ben ik 5 maanden verder en heb ik al heel wat hobbels moeten nemen…. Ik zie nu dat de grote uitdaging is om niet ‘het programma’ maar ‘de lokale organisatie’ als uitgangspunt te nemen en het programma daarop aan te passen. Zonder natuurlijk de belangrijkste doelstellingen los te laten.

Strenge moraal vs ‘kritisch nadenken’
Een van de organisaties die ik opleid is een Katholieke school voor inheemse jongeren in de hoge Andes. Godsdienst speelt er een grote rol. Het opleggen van een heel strenge moraal staat helaas wat hoger op de agenda dan ‘kritisch nadenken’. En dat is nou juist zo’n centraal punt in ons programma; zelf nadenken en je eigen mening vormen.

Hel en verdoemenis
Het groepje docenten dat wij opleiden is relatief liberaal. Zij geven onder andere ook seksuele voorlichting aan de jongeren, al gaat datDSC00241 niet zonder slag en stoot. Ze stoppen er veel energie in om de verlegen jongeren op hun gemak te stellen en te stimuleren openlijk hun vragen en zorgen over seksualiteit te bespreken, maar laatst kwam een andere docente binnen tijdens de les om te zeggen dat je direct naar de hel gaat als je masturbeert en dat mensen die seks voor het huwelijk hebben geen goede Christenen zijn. En onder andere die docente had nu ook wat ‘suggesties’ voor ons leiderschapsprogramma.

Meebewegen, maar toch ‘kritisch denken’ centraal
Het is belangrijk dat het programma een breed draagvlak heeft binnen de school en daarom proberen we veel medewerkers er actief bij te betrekken. Aan de andere kant willen we niet dat het programma een herhaling wordt van de Godsdienstige boodschappen die de kinderen toch al elke dag te horen krijgen. We willen de docenten die het programma geven (en die grotendeels hetzelfde denken als wij) steunen en tegelijkertijd de relaties met anderen in de organisatie goed houden. En dat is een ingewikkelde strategische uitdaging, waarbij we veel begrip moeten tonen zonder al te veel af te wijken van ons eigen pad.

We kunnen niet om God heen
Om het programma hier in de Andes te kunnen geven, kunnen we niet om God heen. Die zal een plaatsje in het programma moeten krijgen, omdat we het hier anders simpelweg niet kunnen aanbieden en het wel heel belangrijk is voor deze jongeren om getraind te worden. Aan de andere kant moeten we ook niet te veel ruimte geven aan ‘jan en alleman’ om het programma aan te passen, want dan wordt de situatie onwerkbaar voor de trainers en leren jongeren nog niet om zelf hun eigen mening te vormen.

Coöperatie in de sloppenwijken
Een andere organisatie waar we mee werken, is een coöperatie in één van de meest achtergestelde sloppenwijken van Buenos Aires. Onder hele moeilijke omstandigheden is een groep mensen erin geslaagd een broodbakkerij en kledingatelier op te zetten en ze willen dolgraag leiderschapstrainingen geven aan jongeren.

Overleven van dag tot dag
klok
De trainers die we gaan opleiden hebben heel minimaal onderwijs gevolgd en hebben heel veel moeite om te plannen. Hoe vaker ik er kom hoe beter ik begrijp dat tijd helemaal niets betekent voor deze mensen. Iets afspreken voor over twee weken is voor velen hetzelfde als iets afspreken voor over 10 jaar; verre toekomst waarin er nog van alles kan gebeuren. Mensen zijn daar echt van dag tot dag aan het overleven (als het regent overstroomt de wijk, als het onrustig is kan je de straat niet op, elektriciteit kan elk moment uitvallen en bussen komen soms wel en soms niet, etc) dus is het heel logisch dat ze niet vooruit plannen. Maar dat maakt de samenwerking soms wel lastig.

Weinig marge voor risico’s
Daar komt bij dat ze het ongelofelijk spannend vinden om trainingen te gaan geven. Komend weekend is de eerste training en vorige week belde de één na de ander af. Na veel gesprekken wordt me steeds meer duidelijk dat mensen die in zoveel onzekerheid leven weinig marge hebben om risico’s te nemen. Een dag niet werken is vaak een dag niet eten. Een fout maken kan ontslag betekenen en dan kan je je kinderen niet naar school sturen. Op het verkeerde moment over straat lopen kan je dood zijn. Niet zo gek dus dat mensen die dagelijks zo leven wantrouwen voelen ten opzichte van nieuwe mensen en nieuwe initiatieven en liever blijven zitten in een situatie die ze kennen (hoe miserabel ook) dan nieuwe dingen uit te proberen.

Programma aanpassen aan de mensen en niet andersom
Gister ben ik naar ze toegegaan en heb ik wat onzekerheden weg kunnen nemen. Uiteindelijk hebben ze allemaal besloten om toch naar de eerste training te komen. En ik heb geleerd dat ik rustiger aan moet doen. Hen meteen vragen om een 5-daagse training te geven en zich te committeren voor een jaar zou gekkenwerk zijn. We zullen het rustig op moeten bouwen zodat ze langzaam maar zeker meer vertrouwen krijgen.  Ook hier geldt dus; het programma aanpassen aan de mensen en niet andersom!

Tegenstrijdig
Het voelt soms als een tegenstrijdig krachtenveld. Om een ambitieus programma als dit van de grond te krijgen moet je ontzettend goed weten wat je wil en waar je heen gaat en dat moet je de hele tijd uitdragen om bijvoorbeeld fondsen bij elkaar te kunnen krijgen. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden ‘in het veld’ zo verschillend en onvoorspelbaar dat je enorm flexibel en steeds bereid moet zijn om ideeën juist los te laten en je plannen aan te passen. Elke dag is het weer balanceren tussen ‘aansluiten bij de ander’ en tegelijkertijd ‘vasthouden aan mijn eigen waarden en intuitie’ en dat is ongelofelijk leuk, frustrerend, leerzaam, verwarrend en bijzonder.

, , , , ,

2 Comments

Waarom ik niet afgeef op Serious Request

Vorige week schreef Rik Smits voor De Volkskrant het veelgelezen artikel ‘Waarom ik niets geef aan Serious Request’. Het stuk schreeuwde in mijn ogen om een reactie, dus bij deze….

Beste Rik,

Laatst heb ik het artikel gelezen waarin je uitlegt waarom je geen geld geeft aan Serious Request. Het is een lange opsomming geworden van alles wat er volgens jou verkeerd is aan de actie en het doel. Ik vond veel van wat je zei opvallend herkenbaar.

Ik heb verschillende sociale projecten opgezet. Omdat, om iets van de grond te krijgen, naast veel energie meestal ook geld nodig is, ben ik ontzettend dankbaar voor de vele mensen die door de jaren heen een bijdrage hebben gegeven zodat anderen kunnen bouwen, werken, onderwijzen, organiseren, etc. Elke actie die ik tot nu toe gedaan heb heeft me verrassingen opgeleverd van mensen die belangeloos hun hulp en steun aanbieden. Daarnaast heeft elke actie ook kritische opmerkingen opgeleverd. Een aantal van de situaties en de reacties die deze opriepen wil ik je niet onthouden;

Bij een project voor mensen in Nederland;   “Waarom Nederland, op andere plekken is er toch veel harder hulp   nodig”
Bij een project in het buitenland;   “Waarom zo ver weg, in Nederland is er toch ook nog genoeg te doen?
Bij een sportevent voor een goed doel;   “Wat heeft dit met sport te maken. Je kan er wel van alles bijhalen”
Bij een feest met alles erop en eraan;   “Ik geef niets want jullie verspillen het geld”
Bij een eenvoudig feest;   “Ik geef niets want jullie maken er niets van”
Bij een project voor kinderen;   “Je kan beter zorgen dat hun ouders kunnen werken en geld verdienen”
Bij een project voor volwassenen;   “Je kan beter zorgen dat hun kinderen een opleiding krijgen.”
Bij een eenvoudig bouwproject;   “Hiermee los je de kern van het probleem niet op.”
Bij een meer ingewikkeld project dat aansluit bij de complexe realiteit;  “Je maakt het veel te ingewikkeld. Dit snapt de facebook generatie niet.”
Bij één keer vragen;  “Je bent er niet meer op teruggekomen, dus het zal wel niet zo belangrijk zijn.”
Bij twee keer vragen;   “Je dringt te veel aan. Ik laat me niet pushen.”

Met andere woorden; voor wie zijn geld lekker zelf wil houden is er ALTIJD wel een reden om niet te geven.

Als het niet het project is dan is er altijd nog de eigen economische situatie. De crisis is daarbij een handige vrijbrief; “Ja, ik verdien NU nog wel goed, maar wie garandeert me dat dat volgend jaar nog steeds zo is? Ik kan het me niet permitteren om geld weg te geven.”

Blijkbaar krijgen we bijna alles makkelijker over onze lippen dan de zin “Ik weet heus wel dat andere mensen het vreselijk moeilijk hebben, maar ik vind mijn eigen behoeftes gewoon belangrijker.”

Begrijp me goed Rik, ik ben er helemaal voor dat mensen kritisch nadenken en vind het goed dat er vragen worden gesteld bij initiatieven EN (!!)…. wie wil dat er iets verandert in de wereld moet ZELF in actie komen!

We hebben niet allemaal de zin en de mogelijkheden om de probleemwijken in te gaan of een project op te zetten en dat hoeft ook niet. Het is juist goed als ieder op zijn eigen manier bijdraagt. De één met tijd en energie, de ander met ideeën en weer een ander met financiële middelen. Zo kunnen we samen fantastische dingen neerzetten.

Ik heb sterk de indruk dat juist de mensen die zo kritisch kunnen vertellen wat niet werkt, zelf vaak weinig ondernemen dat wel werkt. Dus, beste Rik, wil ik je bij deze uitdagen om mijn theorie onderuit te halen met een inspirerend betoog over hoe jij je steentje bijdraagt. Dat lijkt me een stuk leuker om te lezen dan een zuur verhaal dat andermans initiatief saboteert.

Gezien jouw zorg voor de levenskwaliteit van mensen ben je wellicht ook geïnteresseerd in ons scholingsproject voor jonge leiders in de sloppenwijken van Argentinië. We zien je donatie dan ook graag tegemoet op www.cheamigo.nl

Hartelijke groet,

Christien.

, , , , ,

4 Comments

Hoe een atletiekbaan het verschil maakt

Er is op het moment veel discussie gaande over het nut van ontwikkelingssamenwerking . Het is wat mij betreft altijd goed om kritisch te kijken naar hoe dingen gaan EN ook heel belangrijk om te beseffen dat de problemen in zuidelijke landen complex zijn en je dus echt moet proberen de context te leren kennen, voordat je bepaalt of iets nuttig is of niet.  

Atletiekbaan op 3000 meter hoogte
De Lorenzschool is een lagere school in Leiden die elk jaar een sponsorloop organiseert om geld op te halen voor een goed doel, in dit geval voor Che Amigo. We hebben voorgesteld om, met behulp van de kinderen, een bijdrage te leveren aan de bouw van een atletiekbaan bij de school van El Alfarcito in de Andes. Verschillende mensen reageerden verbaasd op de keuze voor dit project en ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Een atletiekbaan is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij armoedebestrijding. Pas als je begrijpt hoe de kinderen daar leven kom je er achter hoe belangrijk die baan eigenlijk is.

Armoede niet alleen geldgebrek
Het eerste belangrijke punt is dat armoede niet alleen te maken heeft met weinig eten en geld. ‘Arm zijn’ heeft ook een heel grote invloed op hoe mensen zich voelen en hoe ze over zichzelf denken. Bijna alle mensen in de bergen hebben last van een lage eigenwaarde. Ze schamen zich voor hun gebrek aan opleiding, hun accent, hun armoedige kleding etcetera. Als je met ze praat merk je duidelijk dat ze heel verlegen zijn; ze praten zacht, kijken je vaak niet recht aan en vinden het moeilijk om initiatieven te nemen en om voor zichzelf op te komen.

Zelfvertrouwen en sociale vaardigheden
Doordat de kinderen nu naar een goede school kunnen worden hun kansen op een baan veel groter. Maar om een baan te krijgen in de stad, of om in de bergen een eigen bedrijf op te zetten is het belangrijk dat ze ook in zichzelf gaan geloven en goede sociale vaardigheden ontwikkelen. En hierbij speelt de atletiekbaan een cruciale rol!

Uitblinken zonder woorden
De meeste mensen in de bergen leven van het hoeden van geiten en schapen. Kinderen zijn van jongs af aan gewend om lange afstanden door de bergen te lopen met hun kuddes. Dit is werk dat weinig aanzien heeft maar het geeft je wel een heel goede conditie. Het is belangrijk dat deze kinderen kunnen sporten omdat dat ze iets geeft waarin ze kunnen uitblinken. Zeker voor deze kinderen, die zo’n moeite hebben om zich met woorden uit te drukken, is dit essentieel.

Ontmoetingsplaats zorgt voor meer samenwerking
De atletiekbaan wordt ook een ontmoetingsplaats. Mensen wonen in de bergen heel ver uit elkaar (sommigen moeten een paar uur lopen om bij hun buren te komen) en hadden tot een paar jaar terug nauwelijks contact met elkaar. Door het bouwen van de school hebben ze leren samenwerken en nu beginnen ze elkaar steeds meer te steunen. Bijvoorbeeld door hun produkten samen op de markt te brengen en zo een betere prijs te kunnen vragen. Omdat er op de atletiekbaan wedstrijden georganiseerd zullen worden voor de verschillende dorpen, zal deze op een belangrijke manier bijdragen aan beter onderling contact en verdere samenwerking stimuleren.

Enige plek om te ontspannen
Tot slot is het voor Nederlandse kinderen met een playstation, computer, verschillende sportclubs, televisie, speelgoed, muziekles etcetera heel moeilijk voor te stellen hoe de kinderen in de Andes leven. Voor hen lijkt daarom een atletiekbaan wellicht een overdreven luxe. Maar…de kinderen in El Alfarcito hebben echt NIETS! Elk kind heeft een kluisje van ongeveer 30 bij 50 centimeter om de kleren in op te bergen en dat is het..! Ze hebben geen speelgoed of apparaten. Hun leven bestaat uit werken in de school (schoonmaken, de moestuin bijhouden en de dieren verzorgen), lessen volgen, huiswerk maken en…. sport. Het voetbalveld, en straks hopelijk ook de atletiekbaan, is de enige plek waar ze zich als kinderen kunnen vermaken en even kunnen ontspannen. Ook om die reden dus heel erg belangrijk.

Niets doen is geen alternatief!
Ik voel me bij vlagen heel machteloos als mensen uit zo’n ongelofelijk rijk land als Nederland echt geloven dat we geen geld kunnen missen om anderen te ondersteunen. Anderen zeggen weer dat ze best geld willen geven, maar dat ze gewoon niet geloven dat de ontwikkelingssamenwerking nut heeft. En….stellen daar vervolgens niets tegenover! Geen alternatief…. Geen aanbod…. NIETS. Wat mij betreft is het prima als mensen constructief meedenken over hoe we beter kunnen zorgen voor meer gelijkheid en ontwikkeling. Het is namelijk echt heel moeilijk werk. Maar niets doen terwijl er zo veel gebrek is en er zo veel geleden wordt zou hoe dan ook geen optie moeten zijn. Ik hoop dat Nederland snel bij zinnen komt en ik hoop dat de kinderen bij de Lorenzschool goed hun best doen, zodat de kinderen in de Andes straks ook lekker kunnen sporten.

, , , , , ,

2 Comments

Een klein stapje is soms groter dan je denkt

Begin dit jaar hebben we in Salta een 5-daagse training projectmanagement gegeven aan jongeren uit de Andes. Op een interactieve manier hebben de 25 deelnemers toen gebrainstormd over iets dat ze zouden willen opzetten in hun omgeving. De een ging bijles geven aan jongere kinderen, de ander wilde weer een workshop organiseren over houtbewerken. Tijdens de training hebben de deelnemers hun plan stap voor stap uitgewerkt.

Groeiend zelfvertrouwen
De meeste van de deelnemers hebben heel erg weinig opleiding gehad en worstelen met een gebrek aan zelfvertrouwen. Het was dan ook fantastisch om ze tijdens de training op te zien bloeien, terwijl ze langzaam maar zeker begonnen te geloven dat ze echt zelf een project zouden kunnen opzetten.

Eerste obstakels
Vorig weekend ben ik weer naar Salta gegaan voor een terugkomweekend, om te bespreken hoe het gaat met de projecten. Ik was er een paar dagen eerder en hoorde toen tot mijn verbazing dat een paar deelnemers twijfelden of ze wel wilden komen. Toen ik met ze bij elkaar zat bleek dat ze zich schuldig voelden omdat de meesten niet zo waren opgeschoten met hun projecten als ze hadden gewild. Na de nodige pep-talks besloten ze gelukkig om toch aan het weekend deel te nemen.

Trage start
Op zaterdag werd al snel duidelijk dat sommigen nauwelijks vooruit waren gekomen met hun project. Nou ben ik het als trainer, ook in Nederland, wel gewend dat er in de euforie van een training allerlei afspraken worden gemaakt waar daarna weinig van terecht komt. Maar hier verbaasde het me wel omdat de jongeren wel heel erg graag een project WILDEN doen.

Niet boven het maïsveld uit
Toen ik het gesprek erover begon kwamen eerst alle onvermijdelijke ‘excuses’ boven; het heeft inderdaad wel heel hard geregend dit jaar met verschillende overstromingen en mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt, sommigen zullen het ongetwijfeld druk hebben gehad, maar na een tijdje gaf de een na de ander toe dat ze vooral gewoon niet zo goed durfden. Lang niet iedereen werd ook gesteund door zijn of haar omgeving. Er waren veel voorbeelden van ouders  en vrienden die het maar onzin vonden dat de deelnemer een leiderschapscursus ging doen. “Wat meen je je wel niet?” was een veelgehoorde reactie. En dat helpt natuurlijk niet als je je al onzeker voelt.

Het weekend was heel goed om problemen bespreekbaar te maken en de jongeren een kans te geven elkaar adviezen te geven en een hart onder de riem te steken. En voor mij was het een belangrijke leerervaring…

Valken en vliegtuigen
Maandag na de training ben ik met 2 deelnemers, Hugo en Ely, meegelopen naar hun afgelegen dorpje. Ze hadden me gezegd dat het 4 uur lopen zou zijn, maar met mijn onervaren Nederlandse benen liepen we bijna 6 uur door de brandende zon en prachtige landschappen. Ik stond onderweg stil om de roofvogels te bewonderen die vlak langs ons hoofd vlogen. Terwijl zij juist weer heel geanimeerd omhoog wezen toen er een vliegtuig voorbij kwam vliegen.

Een andere wereld
Het was fantastisch en leerzaam om een paar dagen in hun dorp te zijn en te ervaren wat een andere wereld het is. Er is daar geen stromend water of elektriciteit. De huizen staan heel ver uit elkaar (sommigen moeten wel 2 uur lopen om bij de eerste buren te komen) en de enige wat grotere gebouwen zijn de, van klei opgetrokken, kerk en de lagere school. Ik mocht overnachten in één van de slaapzaaltjes van de school.

‘Gezin’ met 20 tot 40 kinderen
Van de 40 kinderen die naar de lagere school gaan, wonen er 20 te ver weg om door de weeks naar huis te gaan. Zij wonen dus in de school bij het sympathieke echtpaar van leraren. Ik heb een diepe bewondering voor wat die twee mensen doen. Ze wonen met 20 kinderen in huis en geven met z’n tweeën les aan 40 kinderen van tussen de 5 en de 16 jaar. En dat met een minimum aan lesmateriaal. Pas rond half 12 ’s nachts werden de kinderen stil en de volgende ochtend waren de eersten om half 7 al weer op.

Zelf schoonmaken en eten verbouwen
Samen met de kinderen moeten de leraren verder ook de school schoonhouden en de moestuin, groente kas en konijnenhokken verzorgen. Dit is heel belangrijk omdat ze met het geld dat ze van de overheid krijgen de kinderen niet genoeg te eten kunnen geven. Het lijkt me onvermijdelijk dat er, met al deze taken, niet altijd even veel energie overblijft voor de lessen zelf….

 
Druk om succesverhalen
De ontwikkelingssector ligt flink onder vuur en de druk voelt vaak hoog om met succesverhalen te komen. Het weekend was voor mij op een bepaalde manier teleurstellend omdat ik hoopte dat meer deelnemers een project hadden neergezet. Maar ik begrijp wel, steeds iets beter, dat je een onderwijs vacuüm van generaties niet in een training van 5 dagen ‘oplost’. Het is een lange weg met kleine stapjes, en de deelnemers die het wel gelukt is om hun project uit te voeren, bewonder ik er des te meer om.

, , , , , , ,

Leave a comment

Zelf in beweging komen

Het gebeurt zo vaak…; iemand van buiten komt naar een arm dorp of een wijk en zet met de beste bedoelingen een project op. Na een maand of een jaar gaat die persoon of organisatie weg en het project zakt als een kaartenhuis in elkaar. Als ik spreek met lokale mensen hoor ik vaak dat ze zich daarna slechter voelen dan ooit. Ze hadden niet de middelen de kennis of het zelfvertrouwen om met het project door te gaan en dat voelt als een mislukking.

Je talenten en passie inzetten voor een project
Daarom train ik met Che Amigo nu jongeren om zelf een project op te zetten in hun eigen wijk. Ze brainstormen, tijdens een training van 5 dagen, over welke problemen er zijn, welke talenten ze zelf hebben en wat ze leuk vinden om te doen. En dan gaan ze, op basis daarvan, een plan uitwerken voor een project. We hebben deze training eerst in de Andes in de buurt van Salta gegeven, toen in het oerwoud van Misiones en tot slot in Buenos Aires.

Enorme impact
Het waren intense weken met lange werkdagen, moeilijke situaties, maar ook ongelofelijk veel lol en voldoening. Er gebeurt iets ongelofelijks met mensen op het moment dat ze echt beginnen te geloven dat ze een verschil kunnen maken. We hebben de deelnemers in een korte tijd zo ongelofelijk zien opbloeien en zich met heel veel passie op hun projecten zien werpen.

Voorbeelden van projecten
Een paar voorbeelden van wat deelnemers gaan doen…..

Franco
Franco wist eerst niet zo goed wat voor project hij zou kunnen doen. Er zijn veel problemen in zijn bergdorp en als 16-jarige wist hij niet echt waar te beginnen. Wij leren de deelnemers dat een project het beste werkt als het te maken heeft met iets wat je heel leuk vindt om te doen. Franco’s enige passie is vissen en dat leek hem in eerste instantie niet echt te combineren met een sociaal project.  

Na wat creatief brainstormen heeft hij uiteindelijk een plan uitgewerkt…; hij gaat voor de mannen in zijn dorp een vis-uitstapje organiseren. Een hele dag bij de rivier en dan gaat hij ’s avonds bij het kampvuur het gesprek met ze beginnen over betere manieren om hun lokale produkten op de markt te brengen.

Enzo, Florencia en Tiri
Op de middelbare school waar Enzo, Florencia en Tiri les hebben ligt overal afval. In de hele school is maar 1 afvalbak en leerlingen hebben de gewoonte om hun afval gewoon op de grond te gooien. Daardoor ziet de school er niet uit en komt er ook veel ongedierte. Zij gaan prullenbakken timmeren en neerzetten en workshops geven aan hun klasgenoten. Ze willen zowel de leerlingen als de leraren overtuigen dat ze afval moeten scheiden. Het biologisch afval gaat vervolgens op de composthoop en het restafval moet 2 keer per week buiten gezet worden.

Ezequiel, Junior, Noelia en Natalia
In de sloppenwijk Villa 31, waar zij wonen, is geen bakker. Bakkers uit andere wijken verkopen de broodjes die over zijn van de vorige dag of die platgestampt zijn, in Villa 31. Ze vragen voor deze afgedankte broodjes dezelfde prijs als ze in de chique wijken, om Villa 31 heen, vragen voor brood van goede kwaliteit.  De jongeren hebben nu het ambitieuze plan om een eigen brood en banketbakkerij te beginnen. Ezequiel weet hoe je brood maakt, Noelia kan taarten bakken en ze hebben al een ruimte die ze kunnen gebruiken. Het idee is om niet alleen goed kwaliteit brood tegen een redelijke prijs aan te bieden maar ook om werkgelegenheid te scheppen. Ze gaan dus mensen uit de wijk opleiden om in de bakkerij te gaan werken.

This slideshow requires JavaScript.

, , , ,

1 Comment

Reality as it is….

Goenka, mijn vipassana meditatie leraar zegt altijd; “You must learn to see reality as it is. Not as you would like it to be, not as you think it should be, but as it is. Do nothing….just observe…

Krantje
Jarenlang hebben mijn ouders me zo ver geprobeerd te krijgen dat ik dagelijks de krant zou lezen, maar ik heb me daar altijd tegen verzet. Ik ben steeds een beetje verbaasd als mensen het liefkozend over hun ‘krantje’  hebben. Elke keer dat ik een krant opensla is het grootste gedeelte van het nieuws namelijk behoorlijk deprimerend. En aangezien ik de meeste dingen toch niet kan veranderen stel ik me er ook maar liever niet elke dag aan bloot.

Druppel op de gloeiende plaat
Het afgelopen jaar is ongelofelijk geweest. Zo veel avonturen, zoveel geleerd, zoveel leuke mensen ontmoet en mooie dingen gedaan…. En tegelijkertijd ook wel aardig wat moeilijke momenten. Ik zit met mijn neus bovenop de armoede en het onrecht waar de kranten mee vol staan. En op de een of andere manier is het soms makkelijker om niets te doen dan om een klein beetje te doen en je te realiseren dat het een druppel op de gloeiende plaat is.

Al zou ik dag en nacht werken, dan nog zou het oerwoud gekapt worden om nog meer soya (en dus vlees) te kunnen produceren. Hoeveel training ik ook geef, er blijven ongelofelijk veel mensen die geen enkele kans krijgen om onderwijs te volgen. Hoeveel kinderen je ook van de straat krijgt, er blijven er altijd een heleboel over die nergens kunnen wonen en verslaafd raken.

Niet persoonlijk aantrekken
In lijn met Goenka, zeggen veel mensen dan “je kan nou eenmaal niet alles doen”, of “je moet het je niet zo persoonlijk aantrekken” en “alle beetjes helpen”. En daar is mijn hoofd het helemaal mee eens, maar mijn gevoel kan het nog niet zo makkelijk accepteren. En zo komt het dat ik me zo nu en dan heel boos en verdrietig voel.

De problemen achter het probleem
Ik geloof dat je alleen kan werken aan ontwikkeling als je je echt verdiept in de realiteit van mensen. Als je gaat begrijpen hoe diep de wortels zitten van problemen. Veel mensen verwijten bijvoorbeeld de inheemse bevolking (‘indianen’) dat ze zo passief/ lui zijn. Om te begrijpen hoe deze mensen in het leven staan (en om ze te helpen zich aan te passen), moet je wel begrijpen dat ze generaties lang slaven zijn geweest, zonder rechten en zonder mogelijkheden en dat ze pas sinds kort wat minimale rechten hebben. Hoe pijnlijk het ook is om daar over na te denken.

Accepteren zonder passief te zijn
Ik wil me dus graag open blijven stellen voor verhalen van mensen en de problemen steeds beter gaan begrijpen, maar ik wil me niet zo boos voelen. Vandaar dat ik een kleine pauze heb ingelast en net een maand Vipassana heb gedaan in India. Door stilte en door heel diep naar binnen te kijken wordt me steeds duidelijker hoe sommige dingen in elkaar steken en zo wordt het stapje voor stapje wat makkelijker om de realiteit te accepteren zonder passief te worden.

Waarom India?
“Maar waarom helemaal in India..?” vragen veel mensen. Stilzitten met je ogen dicht kan je in feite overal doen, dus echt nodig is het niet, maar het is wel een feest om hier te zijn. Niet alleen omdat ik na de culinaire ellende in Argentinie eindelijk weer eens lekker en smaakvol kan eten, maar ook door de bijzondere ontmoetingen.

Gedeelde ervaring
Ik heb net een speciaal meditatiekamp gedaan van tien dagen. Op dezelfde tijd werd dit kamp georganiseerd op 6 verschillende plaatsen in de wereld. Alleen al in Igatpuri, waar ik was, waren mensen uit alle hoeken van de wereld; Myanmar, India, Australie, Canada, Sri Lanka, Griekenland, Duitsland, Cambodja, V.S., Frankrijk en nog veel meer. De avond voor we begonnen stonden we met z’n honderden voor de pagoda te wachten. Het voelde zo bijzonder om al die vrouwen te zien in gekleurde saris of joggingbroeken, van jong tot oud. Uit al die verschillende landen, godsdiensten en omstandigheden die net als ik ontdekt hebben hoe ongelofelijk Vipassana is en deze ervaring met me delen.

Tropische reminders
En ook tijdens het kamp kreeg ik zo nu en dan een leuke reminder dat ik in de tropen zat; een aap die de eetzaal binnen kwam slingeren in de hoop een ontbijtje te kunnen jatten. Een kokosnoot die voor mijn voeten op de grond spatte (iets minder goede karma, of een wat snellere pas, en ik was de klos geweest) en het ongelofelijke vogelconcert rond de schemering….

Lekker meedraaien
Het is een intensieve maand geweest…en precies wat ik nodig had. Het was ook heerlijk om even niet verantwoordelijk te zijn. Ik moest gewoon zorgen dat ik op het goede moment op de goede plek was en dan het programma volgen. Heerlijk! na maanden lang de aanjager te zijn geweest:)

Eten, bidden, yoga…
Op de korte termijn wordt het me als het goed is, trouwens makkelijk gemaakt om de werkelijkheid te accepteren zoals die is, want morgenochtend neem ik de trein naar Goa voor een paar weekjes yoga op een tropisch strand…..

This slideshow requires JavaScript.

, , , ,

2 Comments

Marathon van Amsterdam

This slideshow requires JavaScript.

Vannacht ben ik een paar keer wakker geworden met spierpijn en hartkloppingen, en dan zag ik alle indrukken van gisteren weer voor me; het prachtige weer, 35.000 hardlopers, mijn fantastische aanmoedigers, de muziek, de stad, de Amstel….. Wat een feest!

Zenuwen
Het is lang geleden dat ik zo zenuwachtig ben geweest voor iets. Meestal laat ik me niet zo snel gek maken, maar nu was ik twee dagen van tevoren al nauwelijks meer aanspreekbaar. Eigenlijk kon ik gewoon niet geloven dat ik echt een marathon zou kunnen lopen. Ik kan me nog herinneren dat we op de middelbare school de ‘Coopertest’ moesten doen; 8 minuten non-stop rondjes rennen. Ik vond dat toen bijna onmenselijk om van iemand te vragen. En nu doe ik gewoon mee aan de Loop der Lopen!

De stad is van ons!
Het begon al met de fietstocht naar het Olympisch Stadion in alle vroegte. De lucht was strak blauw en de zon kwam net op. Overal in de stad werden hekken neergezet. Hier en daar zag ik nog een auto, maar alles straalde al de boodschap uit… Vandaag is de stad van ons! Van de 35.000 mensen die bij elkaar komen om een leuke sportieve prestatie te leveren. En natuurlijk iedereen die komt steunen met muziek en aanmoedigingen.

Eerste uitdaging…
Uit angst om onderweg te moeten plassen ben ik voor de start al 4 (!) keer naar de wc geweest. Met die vreselijke chemische toiletten is dat eigenlijk al een prestatie op zich:) Het maakte wel dat toen ik eenmaal het Olympisch Stadion inkwam, mijn startploeg al lang en breed vertrokken was. Gelukkig waren er meer mensen die wat traag op gang kwamen, dus ik liep evengoed in een grote massa richting het Vondelpark.

Stap voor stap
Vooraf had ik allemaal dingen bedacht die ik tegen mezelf zou kunnen zeggen of waar ik aan zou kunnen denken als ik het zwaar kreeg, maar toen het eenmaal zover was had ik daar eigenlijk geen behoefte aan. Er was zoveel te zien om me heen en ik was zo aan het genieten van de tocht. In de 4.36 uur die ik gelopen heb, had ik wel even de tijd om uit te rekenen dat ik met elke stap ongeveer 10 cent ophaalde voor het trainingsproject…. Vanaf het begin had ik vrij veel pijn in mijn benen, maar die was redelijk constant, dus ik heb er niet te veel aandacht aan gegeven. Het blijft fantastisch om te merken dat, hoe je je ook voelt, zolang je rustig je ene voet voor de andere blijft zetten, je vanzelf komt waar je wil zijn.

Top-support
Het langste wat ik in training had gelopen was 32 km. Alles daarna was dus nieuw terrein…. Elke keer als ik over mijn langste afstand heenga voelt het weer spannend. De laatste 10 km gingen niet bepaald snel, maar mijn doel om te blijven rennen (en dus niet te gaan wandelen) heb ik gelukkig wel gehaald. Het was fantastisch om elke 5 km ongeveer pappa, mamma en Jasper weer langs de weg te zien staan. Ik had niet verwacht dat het zo veel uit zou maken, maar het hielp enorm om de moed erin te houden. En natuurlijk ook alle anderen die op hun zondag naar de stad waren gekomen om me aan te moedigen. Heel erg bedankt!

What’s next…
Na afloop nog heerlijk met het support team gezeten op de tribunes van het stadion en wat andere Che Amigo lopers zien finishen. Wat een fantastische dag! Ik heb steeds gezegd ‘eens maar nooit weer’, maar nu ik hier alle foldertjes op tafel zie liggen van Wenen, Barcelona, Rome… begint het toch te kriebelen. Wie weet…. Nu in elk geval eerst lekker bijkomen in India.

Uitslag TCS Amsterdam Marathon 2011
Startnummer 11167
Naam Christien Oudshoorn
Woonplaats Naarden
5 km 31:07 (31:07)
10 km 1:01:08 (30:01)
15 km 1:31:45 (30:37)
20 km 2:02:42 (30:57)
21,1 km 2:09:35
25 km 2:34:13 (31:31)
30 km 3:07:13 (33:00)
35 km 3:42:12 (34:59)
40 km 4:19:27 (37:15)
Netto tijd 4:36:02
Bruto tijd 4:49:15
Snelheid 9,172 km/uur
Afstand Marathon
Plaats 470 / Vsen

This slideshow requires JavaScript.

, , , , , ,

3 Comments

Column op Expeditieduurzaam.nl

Sinds een tijdje ben ik druk bezig om fondsen te werven voor het vervolg van ons trainingsprogramma. Meerdere mensen hebben me al gevraagd of het niet ‘een beetje ingewikkeld’ is. Op de een of andere manier spreekt bij veel mensen de bouw van een schooltje of het slaan van een waterput wat meer tot de verbeelding dan training en coaching….

Scholen en waterputten zijn uiteraard heel belangrijk, maar het is natuurlijk zo dat er in dat schooltje ook les gegeven moet worden en dat die waterput ook onderhouden moet worden. In deze column voor expeditieduurzaam licht ik met Jasper onze visie toe….

Duurzame armoedebestrijding

Armoedeproblematiek is bijzonder complex. Het gaat zelden alléén om direct gebrek aan geld en middelen. Materieel gebrek hangt altijd samen met sociale en psychologische problemen, die vaak al generaties lang zijn opgebouwd: uitzichtloosheid, een gebrek aan zelfvertrouwen, mensen die niet worden geprikkeld of gestimuleerd, weinig onderling vertrouwen of onderlinge organisatie, een gebrekkige communicatie- en/of infrastructuur, etc.

 Mensen en organisaties die zich inzetten voor het bestrijden van armoede komen daardoor soms in een lastige spagaat te zitten. De facebook generatie in Nederland reageert het beste op korte eenvoudige boodschappen; een helder probleem en een heldere, transparante, liefst direct meetbare oplossing. Mensen/ organisaties geven daarom ook het liefst geld aan een project dat op korte termijn concrete zichtbare resultaten oplevert.

 De praktijk in het veld sluit vaak niet goed aan bij de wensen van de achterban in Nederland. Onze ervaring met donoren, is dat ze vragen om een helder, vooraf omschreven projectplan dat in een paar korte zinnen kan worden uitgelegd. Een project waar je een foto van kan maken (zoals een school of waterput) doet het daarbij steevast beter dan een meer abstract project zoals een training. Ook is er veel druk op ontwikkelingswerkers in het veld om snel voor resultaten te zorgen. Als er geld op de rekening staat dan moet dit binnen een korte termijn ‘weggezet’ worden.

 De afgelopen maanden hebben we een heleboel projecten bezocht in verschillende gemeenschappen. Projecten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, landbouw, grote projecten, kleine projecten, dure en minder dure projecten. En ze lijken allemaal 1 ding met elkaar gemeen te hebben; als het project niet gedragen wordt door de mensen voor wie het is, dan is het gedoemd om te mislukken!

 Veel mensen hebben ons verteld over projecten die van buitenaf werden geïmplementeerd en die instortten zodra de initiatiefnemers weer weg waren. De lokale bevolking had daarna simpelweg niet de middelen, de kennis of het zelfvertrouwen om het project voor te zetten. Zeker als dit een aantal keer achter elkaar gebeurt, kan het vreselijke gevolgen hebben voor het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van de bewoners en het vormt een voedingsbodem voor corruptie.

 Jaren geleden kwam er al consensus onder ontwikkelingswerkers dat het belangrijk is om lokale mensen te betrekken bij projecten. Via allerlei soorten participatieve methodes werden arme gemeenschappen gevraagd om input te geven. Soms uit oprechte interesse en betrokkenheid, soms als formaliteit om vervolgens alsnog een Westers idee door te drukken.

 Wij geloven dat alleen inbreng vragen niet genoeg is. Ontwikkelingshulp moet er in onze ogen ALTIJD op gericht zijn mensen onafhankelijk te maken. Daarom richten wij ons op het stimuleren van lokaal leiderschap. Wij selecteren mensen uit arme gemeenschappen die opvallen door hun open en sociale instelling, hun intelligentie en hun proactieve houding. Deze mensen bieden wij de volgende drie essentiële zaken;

1)     Inspiratie en contacten
2)     Training; persoonlijke ontwikkeling en concrete vaardigheden
3)     Praktische hulp, zoals bijvoorbeeld financiële ondersteuning.

 Tijdens een programma van een jaar maken deze jonge leiders kennis met inspirerende mensen uit andere gebieden, waardoor ze zich gestimuleerd voelen en een bredere kijk op de wereld krijgen. Zij krijgen training op het gebied van zelfkennis (de eigen talenten maximaal kunnen inzetten) communicatie en projectmanagement en worden gecoacht bij het opzetten van een sociaal project binnen hun eigen gemeenschap.

Projecten waarbij geld gegeven wordt zonder dat er tijd en energie geïnvesteerd wordt in sociale organisatie, training en betrokkenheid, zijn gedoemd te mislukken. Anderzijds werkt het ook niet om mensen op te leiden en te motiveren als ze vervolgens tegen allerlei praktische problemen oplopen die ze niet zelf kunnen oplossen. Daarom bieden wij naast training en coaching ook praktische ondersteuning. Deelnemers van het programma kunnen een subsidieaanvraag bij ons indienen voor hun project en, waar mogelijk, brengen we ze in contact met mensen en organisaties die ze verder kunnen helpen.

 Alle trainingen in dit programma worden gegeven door lokale trainers. Deze jonge, getalenteerde mensen worden door ons opgeleid en gecoacht. Na afloop van dit jaar zijn zij in staat om alle programma’s zelfstandig te geven. Doordat de trainers zelf uit gemarginaliseerde gebieden komen, kunnen zij goed aansluiten bij de deelnemers en vervullen zij ook een voorbeeldrol. Aan het einde van het jaar, krijgen alle deelnemers een ‘train the trainer’ waarin zij leren om zelf dezelfde workshops te geven aan andere mensen in hun gemeenschap.

 Alles bij elkaar is het geen project dan makkelijk in twee regels uit te leggen is. Het levert ook geen concreet gebouw op waar we een foto van kunnen maken. Vooraf is moeilijk te voorspellen wat voor concrete projecten eruit voort zullen komen.

 We zijn er wel van overtuigd dat het een project is dat op lange termijn enorme impact heeft. De relaties die door dit programma worden opgebouwd vormen een basis voor veel ontwikkeling in de toekomst. We creëren een platform van kundige leiders, die verder kijken dan hun eigen gemeenschap, die de vaardigheden hebben om dingen op te zetten en contacten kunnen leggen met externe partijen. Zo komt er na verloop van tijd hopelijk het moment dat we onszelf overbodig hebben gemaakt..

Christien Oudshoorn projectleider trainingen bij Che Amigo
Jasper Wegman oprichter van de stichting Che Amigo

, , , ,

Leave a comment

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 30 other followers